Theorie
De RADIO-amateur
Een radioamateur of zendamateur, in officiële terminologie radiozendamateur, is een persoon die zich als hobbyist bezighoudt met experimenteren op het gebied van het uitzenden en ontvangen van radio- en/of televisiesignalen.
Hiervoor beschikken radioamateurs over een officiële zendvergunning.

Tal van mogelijkheden
Je hebt het besloten, je wilt een zendamateur worden!
Het radiozendamateurisme is een bijzondere en diverse hobby.
Met radioapparatuur kunt u alleen of in verenigingsverband contacten leggen met radiozendamateurs in Nederland en over de hele wereld.
Veel radiozendamateurs hebben op die manier een uitgebreide vriendenkring opgebouwd.
Als radiozendamateur kunt u zich richten op tal van toepassingen.
Een kleine selectie:
o Telefonie
Dit is de meest gebruikte toepassing.
Via een microfoon stuurt u spraak de ether in.

o Morsetelegrafie
Dit is de oudste techniek om signalen via de ether over te brengen.
Het is nog steeds de favoriete toepassing bij moeilijke verbindingen en lange-afstands verbindingen.

o Radio Telex
Dit is een veel gebruikte techniek voor het uitzenden van radiobulletins.
Vroeger werden hiervoor vooral telexmachines gebruikt,maar steeds meer radiozendamateurs stappen over op de personal computer.

o Vossenjagen
Dit is een radiopeilwedstrijd,waarbij één of meer verborgen zenders opgespoord moeten worden.

o Amateurtelevisie
Radiozendamateurs kunnen via diverse televisietechnieken beelden over de hobby uitzenden.

o Amateursatellieten
Verbindingen worden gelegd via door radiozendamateurs ontworpen en gebouwde satellieten.
Deze satellieten zijn al enige jaren in omloop.

o Meteoorscattering
Verbindingen worden gemaakt door gebruik te maken van de sporen die meteoren achterlaten bij hun verbranding in de atmosfeer.

o Maanreflectie
Hierbij wordt een verbinding tot stand gebracht door radiosignalen te laten weerkaatsen tegen het oppervlak van de maan..
De luisteramateur
Een goede manier om kennis te nemen van de wereld van het radiozendamateurisme is te beginnen als luisteramateur. Door te luisteren doet u ervaring op met de gebruikte procedures en leert u meer over de techniek van het radiozendamateurisme.
Omdat u niet uitzendt,heeft u geen vergunning nodig.
U kunt via QSL-kaarten aan radiozendamateurs laten weten dat u ze heeft ontvangen,en wat de kwaliteit van het ontvangen signaal was.
Bij de amateurverenigingen VERON en VRZA kunt u een luisternummer aanvragen, daarmee kunt u zich makkelijk identificeren.
Nederlandse luisternummers beginnen met de lettercombinatie NL of PA.en is registratie noodzakelijk
Als radiozendamateur krijgt u de mogelijkheid om te experimenteren op radiogebied,om zelf uw apparatuur te bouwen en om bestaande apparatuur aan te passen. Daarom wordt van u verwacht dat u over de nodige technische kennis beschikt,en dat u de regels kent die in het etherverkeer gebruikelijk zijn.
U mag andere gebruikers van de ether (zoals mede-radiozendamateurs maar bijvoorbeeld ook televisiezenders en luchtvaart) niet storen.
Op internationaal niveau zijn binnen de International Telecommunication Union,de ITU,regels opgesteld waaraan radiozendamateurs moeten voldoen.
Deze regels liggen op het gebied van de technische en operationele bekwaamheid.Deze kennis wordt getest door examens.
Wanneer u een examen met goed gevolg heeft afgelegd,kunt u zich registreren bij Agentschap Telecom (AT)

Twee registratie vormen
Er zijn Twee registratie vormen:de N-registratie,en de F-registratie.
De N-registratie is de opstap voor de beginnende radiozendamateur,de F-registratie biedt u de meeste ruimte voor radio-experimenten.
Hieronder wordt ingegaan op de mogelijkheden die de registratie u bieden,vervolgens wordt ingegaan op de examens en de exameneisen.

N-registratie
Met een N-registratie,ofwel de ‘Novice’,mag u experimenteren en radioverbindingen maken in de 2-meterband (144 –146 MHz) en de 70-centimeterband (430 –440 MHz),en ook beperkt op de 40,20 en 10 meterband.

F-registratie
De F-registratie biedt u de meeste mogelijkheden.
U mag op alle amateurbanden uitzenden,zoals op de kortegolf.Hierop zijn wereldwijde verbindingen mogelijk.
Er geldt een toegestaan zendvermogen van 400 watt voor de 70-centimeterband,de 2-meterband en vanaf de 10-meterband  (30 MHz en lager).
Voor de overige amateurbanden geldt een toegestaan zendvermogen van 120 watt.
U mag gebruik maken van alle uitzendtechnieken.

Exameneisen
De exameneisen verschillen per registratie categorie.
Uiteraard gelden voor de F-registratie de meest uitgebreide exameneisen.
De examens hoeven niet in volgorde te worden afgelegd.U kunt dus bijvoorbeeld meedoen aan de examens voor de F-registratie zonder dat u in het bezit bent van een N- registratie.

Exameneisen voor N-registratie
Om een N-registratie te kunnen aanvragen,moet u het examen ‘Radiotechniek en voorschriften II’met goed gevolg afleggen.
De vereiste kennis van de techniek is ten opzichte van de F-registratie beperkt.Het examen bestaat uit 40 meerkeuzevragen met 3 antwoordkeuzes.Hiervan moet u er minimaal 29 goed beantwoorden.

Exameneisen voor F-registratie
Voor de F-registratie is het examen ‘Radiotechniek en voorschriften I’een vereiste.
Het examen bestaat uit 50 meerkeuzevragen met 4 antwoordkeuzes.Hiervan moet u er minimaal 35 goed beantwoorden.

Voorbereiden op examens
Om radiozendamateur te worden,hoeft u geen technische vooropleiding te hebben,maar zo’n opleiding kan de studieduur wel verkorten.
De landelijke amateurverenigingen VERON en VRZA en geven cursusboeken uit .
Ook het opleidingsinstituut
I.W.A.B. verzorgt opleidingen met ondersteuning met TEAMSPEAK via de WhikyOscar-server
Zij kunnen u ook informeren over cursussen en studiemateriaal.

Agentschap Telecom
Hiervoor is al aangegeven dat de registraties worden verleend door de Agentschap Telecom (AT).
Het Agentschap Telecom valt tegenwoordig onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van Economische Zaken. In Nederland is het AT verantwoordelijk voor het beheer van het gehele frequentiespectrum. Het AT wijst etherfrequenties toe, draagt zorg voor standaardisatie van telecommunicatie-apparatuur, stelt regels voor het gebruik van het frequentiespectrum,en controleert of deze regels worden nageleefd.
Inspectie
Het AT oefent inspectie uit bij de gebruikers van de ether.Dit gebeurt door middel van controle op communicatie apparatuur die bij de vergunninghouders aanwezig is.In samenwerking met onder meer het Openbaar Ministerie houdt het AT zich daarbij bezig met de bestrijding van illegale handelingen.Daarnaast vindt geregeld controle plaats bij de leveranciers van telecommunicatie-apparatuur.
Keuringen worden steekproefsgewijs uitgevoerd, of naar aanleiding van klachten.

Toezicht
Ook houdt het AT toezicht op het gebruik van de frequenties.
Regelmatig controleert het AT of de juiste frequenties worden gebruikt en of de gedragsregels in acht worden genomen.
Bron (er gaat een wereld voor U open uitgave AT.)

Wat doen radioamateurs?
Radioamateurs zijn vooral bezig met experimenteren en het doen van radio onderzoek.
Denk aan:
Zenders, ontvangers en randapparatuur bouwen.
Antennes en antennemasten bouwen.
Digitale communicatietechnieken ontwikkelen.
Softwarematige radio’s ontwikkelen.
Propagatie (voortplanting en gedrag van radiogolven) onderzoeken.
Noodcommunicatie opzetten.
Etc.

Hoe maken radioamateurs met elkaar contact?
Gewoon via radiogolven. Die golven worden gemoduleerd waardoor er informatie met een radiogolf meegestuurd wordt.
Zo kan een radiosignaal audio bevatten, zoals je met een gewone radio kunt ontvangen.
Bekende modulatievormen zijn FM, AM en SSB.
Het signaal kan ook digitale informatie dragen wat je met een computer, tablet of je smartphone moet decoderen.
Bijvoorbeeld PSK en JT.
Zelfs “ouderwetse” Telex signalen worden door radioamateurs verstuurd, dat noemen ze RTTY. Het radiosignaal kun je
ook snel aan- en uitzetten.
Dan krijg je een morse signaal, de bekende korte en lange piepjes.
Maar er kunnen ook beelden meegestuurd worden die je met een TV zou kunnen ontvangen.
Dat noemt men ATV (Amateur Televisie) en SSTV (Slow Scan TV). Maar zendamateurs experimenteren ook met DVB-T en DVB-S, zogenaamde digitale televisie, technisch vergelijkbaar met Digitenne van KPN en het satellietsignaal van CanalDigitaal.

Verschillende manieren om een signaal te versturen
Er zijn verschillende manieren om een signaal te versturen.
Op de frequenties zoals VHF en UHF, waar bijvoorbeeld ook 3FM  en Nederland 1 uitzenden, kan een radiosignaal tientallen tot (in bijzondere gevallen) wel duizenden kilometers ver reiken.
Op frequenties zoals HF, beter bekend als de korte golf, kunnen signalen over de hele wereld reiken.
Maar er zijn ook radioamateurs die via speciale satellieten contact met elkaar leggen, of de maan gebruiken om radiosignalen tegen te reflecteren.
Zelfs radiosignalen via de metalen romp van een vliegtuig laten weerkaatsen naar een ander station honderden kilometers verderop, is mogelijk.
Of gebruik maken van de oplichtende sporen van meteorieten om een radiosignaal tegen te laten weerkaatsen.
Andere radioamateurs maken gebruik van repeaters. Vaste stations op vaak hoge locaties die een radiosignaal doorzenden.
Door gebruik te maken van een repeater kan iemand met een portofoon (walkie talkie), met een ander station tientallen, soms zelfs honderden kilometers verderop praten.

Wat mag een radiozendamateur
Er gelden wetten en regels voor radiozendamateurs.
Agentschap Telecom ziet erop toe dat zij zich hieraan houden.
Verplicht examen en registratie voor radiozendamateurs
Voordat iemand zich een radiozendamateur mag noemen moet hij of zij een examen afleggen.
Afhankelijk van het type examen krijgt de zendamateur een maximum zendvermogen en één of meer frequenties toegewezen.
Meer informatie hierover staat op de website van Stichting Radio Examens (SRE).


Een volledige cursus staat voor een ieder vrij toegangkelijk op:
http://www.iwab.nu


Voor meer INFO>>>
<<<<<